|
Een (Primaire) Unieke Identificator kent een verwoording die feitelijk de verwoording van het bestaan van de entiteit zelf aangeeft. De verwoording bestaat uit de attributen die in de Attribuutset zitten waaruit de Unieke Identificator bestaat en vaste zinsdelen. Bijvoorbeeld: “Persoon wordt geïdentificeerd door <Persoon-ID> en <Landcode>”. Waarbij “Persoon wordt geïdentificeerd door” en “en” vaste zinsdelen zijn en Persoons-ID en Landcode onderdeel vormen van de Unieke Identificator. |
|
|
|